Nieuwe puntentelling kan Eredivisie spannender maken
- Auteur
- Mats De Leeuw den Bouter
- Datum
- Leestijd
- 6 min
- Linie
- Eredivisie
De laatste weken van het afgelopen Eredivisie-seizoen waren eigenlijk alleen spannend als je supporter was van AZ, Feyenoord, Vitesse, Excelsior, NAC of Go Ahead Eagles. De kampioen was al lang gekroond, de directe degradant was al bekend, en in de middenmoot viel weinig eer meer te behalen. Dat moet anders kunnen.
Veel prominenten, analisten en sterfelijke voetballiefhebbers zoals jij en ik vonden het zonde dat het in de laatste rondes bij veel wedstrijden nergens meer om ging en stelden manieren voor om de competitie spannender te maken. Vooral de optie om een play-off systeem zoals in België (waarbij de top-6 onderling strijdt om het kampioenschap) in te voeren, werd vaak genoemd. Echter werd hier ook veel kritiek op geleverd. Het zou oneerlijk zijn voor de ploeg die aan het eind van het reguliere seizoen bovenaan staat. “Aan het eind van het seizoen sta je waar je hoort te staan”, was het motto van de criticasters.
1.2.3.Pointsystem
Een manier om meer spanning én eerlijkheid in de competitie te krijgen, is door de puntentelling te veranderen. Het huidige driepuntensysteem geeft te veel waardering aan last-minute overwinningen. Dat een wedstrijd als Twente – PSV (ruststand 0-3, eindstand 0-5) resulteert in drie punten voor PSV, terwijl Feyenoord net zoveel punten krijgt voor een 0-1 overwinning op ADO in de 91e minuut, is eigenlijk niet terecht. Daarom heeft Wilgo Doekhi het 1.2.3.Pointsystem bedacht.
Het 1.2.3.Pointsystem – de naam doet het al vermoeden – kan een team ook twee punten opleveren na een wedstrijd. Bij verlies krijgt een team nog steeds geen punten en bij een gelijkspel nog steeds één punt, maar er kan op twee manieren gewonnen worden. Als een team beide speelhelften wint, krijgt het drie punten. Als een team maar één speelhelft wint, worden er 2 punten toegekend. In de voorbeelden van de alinea hierboven zou Feyenoord dus twee punten krijgen, en PSV drie. Een ander interessant voorbeeld van dit seizoen is NAC – Ajax, waar het bij rust 0 – 3 stond, en bij het laatste fluitsignaal 2 – 5. De eerste helft werd dus gewonnen door Ajax, maar de tweede helft was een gelijkspel (2 – 2), en dus krijgt Ajax maar twee punten.
Het systeem is zo ontworpen dat het zou moeten leiden tot aanvallend voetbal. Er moet met een verschil van minimaal twee goals gewonnen worden om in aanmerking te komen voor drie punten. Met maar één doelpunt verschil kun je namelijk nooit allebei de helften winnen, en dus nooit drie punten verdienen. Ook moet het voorkomen dat een wedstrijd doodvalt na rust, zoals bijvoorbeeld Go Ahead Eagles – PSV, waar het bij rust 3 – 0 stond, en dat na negentig minuten nog steeds de stand was. In die tweede helft heeft PSV slechts twee keer geschoten en die schoten werden ook nog allebei geblokt.
In het afgelopen seizoen stond het in liefst 25% van de wedstrijden nog 0-0 bij rust. De tweede helft is in 16% van de gevallen een 0-0. Ploegen zullen er met het nieuwe puntensysteem alles aan doen om dit tot een minimum te beperken, om kans te blijven maken op drie punten. Het publiek zou dus de grote winnaar moeten zijn van de invoering van dit puntensysteem.
Als we het systeem uitwerken over alle wedstrijden van het afgelopen seizoen, zien we de volgende eindstand in de Eredivisie:

Kleinere verschillen
Er zit niet zo gek veel verschil tussen deze ranglijst en de huidige, maar er zijn toch een aantal interessante veranderingen opgetreden. Zo is Feyenoord een plek gezakt, omdat ze simpelweg slechts vier keer drie punten gepakt zouden hebben. Dat is het minste van alle top-6 teams, en zelfs nummer 10 FC Utrecht zou vaker drie punten hebben kunnen bijschrijven. Dit verklaart ook dat Utrecht nog over FC Twente heen is geklommen op de ranglijst. Ajax pakt procentueel gezien bij winst het vaakst drie punten (53%), met Utrecht (45%), Vitesse (44%) en PEC (44%) die op gepaste afstand volgen. Ook Excelsior pakt met 43% opvallend vaak de drie punten bij winst. De ex-ploeg van trainer Marinus Dijkhuizen wint procentueel vaker met drie punten dan bijvoorbeeld PSV, AZ en Feyenoord.
Nu kunnen we hier natuurlijk geen conclusies uit trekken, simpelweg omdat de teams geen rekening houden met deze puntentelling in hun tactiek. Maar zelfs zonder dat de teams er rekening mee houden wordt de competitie er spannender van. Het verschil is mooi uitgebeeld in de Cann-tables van de verschillende ranglijsten. Er is veel minder spreiding in het aantal punten. Het verschil tussen nummer één PSV en nummer laatst Dordrecht zou slinken van 68 naar 55 punten, en vooral in de subtop en middenmoot zou het allemaal een stuk dichter bij elkaar zitten. En ondanks het gat tussen PSV en Ajax nog steeds redelijk groot is, is het al een stuk minder angstaanjagend dan het aan het einde van de competitie in werkelijkheid was.
Je kunt echter echter ook kritische noten plaatsen bij deze puntentelling. Als een wedstrijd bijvoorbeeld halverwege gelijk staat, weten beide ploegen dat ze geen kans meer hebben op de drie punten. Dit kan demotiverend werken en kan een negatieve invloed hebben op de tweede helft, zeker als je al weet dat de concurrent gisteren wél de drie punten binnen heeft geharkt.
Er kan dus geen harde conclusie uit deze resultaten getrokken worden, maar het wijst erop dat de Eredivisie baat kan hebben bij een nieuwe puntentelling. Het 1.2.3.Pointsystem kan zorgen voor meer spektakel, spanning en sensatie in de competitie. Een mogelijk verbeterpunt zou kunnen zijn dat je op twee manieren kunt verliezen. Als een ploeg bij rust voor stond en uiteindelijk nog verliest, krijgen ze toch een punt. Een voorbeeld waar dit toegepast had kunnen worden is de wedstrijd Feyenoord – Excelsior, waar het bij rust 0-2 stond. Vlak na rust kreeg Excelsior een rode kaart en vervolgens scoorde Feyenoord drie keer. Eindstand: 3-2. Geen punten voor Excelsior terwijl ze een topploeg 45 minuten van de mat hadden gespeeld.
Ook is dit systeem goed toepasbaar in bijvoorbeeld de groepsfase van de Champions League. Hoewel een competitie met de beste teams in Europa al bijna garant staat voor spektakel, kan deze puntentelling er nog meer uit persen. Als we het 1.2.3.Pointsystem toepassen op de groepsfase van de Champions League is er één grote verrassing: de latere finalist Juventus was de poulefase niet doorgekomen. Samen met Olympiakos had Juventus op zeven punten gestaan, en het onderling resultaat was in het voordeel van de Grieken.
Knock-out systeem
Hoewel de bedenker van het 1.2.3.Pointsystem op zijn website schrijft dat het systeem niet toepasbaar is in knock-out systemen, zou het ook daar van toegevoegde waarde kunnen zijn. Waar het nu soms voorkomt dat een terugwedstrijd in de Champions- of Europa League al na één doelpunt bijna beslist is, kan het met het 1.2.3.Pointsystem gebeuren dat een team de heenwedstrijd dik verliest, maar dat alle goals in de eerste of tweede helft vallen. In de terugwedstrijd heeft het verliezende team dan toch nog een kans om zich te kwalificeren voor de volgende ronde, door beide speelhelften te winnen.
In de knock-out fase van het miljoenenbal 2014-2015 had de vernieuwde puntentelling bij één tweestrijd een andere uitkomst gehad: Bayern München – Porto. In de uitwedstrijd verloren de Duitsers met 3-1, terwijl het bij rust 2-1 voor Porto stond. Hier zou Porto dus drie punten krijgen. In de Allianz Arena werd het liefst 6-1 voor Bayern, maar bij rust stond het 5-0. De tweede helft werd een gelijkspel, en dus zou Bayern slechts twee punten krijgen.
Hoewel het misschien moeilijker wordt om te bedenken wie er door gaat naar de volgende ronde, of midden in alle hectiek van de wedstrijd te berekenen hoeveel punten je club nou krijgt als ze nog twee keer scoren, wegen de nadelen niet op tegen de voordelen. Het 1.2.3.Pointsystem kan de Eredivisie en het voetbal in het algemeen spannender en spectaculairder maken. KNVB, leer van het saaie einde van vorig seizoen en blijf innoveren om mensen naar de stadions te blijven trekken.