Nederlands talent gaat verloren door geboortedatum
- Auteur
- Redactie
- Datum
- Leestijd
- 5 min
- Linie
- Eredivisie
Het hele jaar door zoeken scouts naar talent op de Nederlandse voetbalvelden. De beste voetballertjes verdienen een stage bij een professionele voetbalclub en belanden – als ze goed genoeg blijken – in hun jeugdopleiding. Of je dat kunt bereiken, hangt af van veel factoren. Heb je de benodigde discipline? En wat te denken van mentale weerbaarheid? Het gaat zelfs verder: uit onderzoek blijkt dat spelers die in januari geboren zijn – de zogenaamde peildatum, vaker prof worden dan voetballers die in december ter wereld kwamen.
Dat heeft te maken met het scoutingssysteem van (amateur)clubs. Een speler die op 1 januari 2008 ter wereld is gekomen, is volgens de clubs net zo oud als een speler die op 31 december 2008 geboren werd. De spelers komen allebei uit 2008, ondanks dat er bijna een jaar leeftijdsverschil is.
Hoewel een jaar niet erg veel lijkt, betekent een heel jaar op de leeftijd van een gemiddelde F-pupil enorm veel. Reken maar uit: zes of zeven jaar scheelt toch al 16,7% levenservaring. Iemand uit januari is in de praktijk een jaar verder in zijn ontwikkeling: fysiek, technisch en vooral mentaal scheelt een jaar erg veel. Hij zal derhalve eerder opvallen bij de speurende scouts van de profclubs en zodoende meer kans maken op een stage dan een teamgenootje dat in december jarig is.
Geboortemaandeffect
Nederland is niet het enige land waarin het peildatum-probleem zich voordoet. Zo hanteren ook landen als Argentinië, Brazilië en Spanje nieuwjaarsdag als overgangsdatum. Dit werd op het WK onder 20, dat destijds in Nederland georganiseerd werd, pijnlijk duidelijk. Uit een willekeurige groep van 168 voetballers bleek maar liefst 42% geboren te zijn in januari, februari of maart. Slechts 10% van deze jongens kwam uit de maanden oktober, november en december. Te veel om aan toeval toe te schrijven.
Het geboortemaandeffect, ook wel het relatieve leeftijdseffect genoemd, is niet alleen van toepassing op het voetbal, maar komt ook voor in andere sporten (zoals ijshockey) en in het onderwijs. Door het geboortemaandeffect komen niet de talentvolste jongens bovendrijven, maar degene die – door een voorsprong in leeftijd – het verst in hun ontwikkeling zijn.
Nederland
We hebben de geboortedata van de 989 voetballers uit de eredivisie en de Jupiler League opgezocht en onderzocht. De onderzochte spelers kwamen vóór de winterstop allemaal uit in de twee hoogste divisies van het Nederlandse voetbal. Door de geboortedata van deze voetballers te vergelijken, komen we te weten in welke maand de meeste voetballers geboren worden en of er ook in het Nederlandse voetbal sprake is van het geboortemaandeffect.
Dat blijkt zo te zijn, zij het licht. Zo’n 32% van alle voetballers in Nederland is in de maanden januari, februari en maart op de wereld gezet. Iets meer dan 26% van de spelers komt uit april, mei of juni, terwijl respectievelijk 23,3% en 18,0% in de zomer- en de herfstmaanden geboren is.

Als we een opsplitsing maken tussen spelers die vóór (rode kolom, zie grafiek 2) en ná (blauwe kolom) 1 januari 1991 geboren zijn, zien we iets opmerkelijks. Waar we in de vorige diagram een lichte piek zagen bij de eerste vier maanden, zien we dat profvoetballers van na 01-01-1991 nóg vaker in de eerste maanden van het jaar geboren zijn. Maar liefst 37,8% van de Nederlandse voetballers van 1991 of later, komt uit de maanden januari, februari of maart.
Voor de spelers die vóór 1991 geboren zijn, ligt de piek in augustus, september en oktober. Ondanks dat de aantallen hier redelijk dicht bij elkaar liggen, valt op dat 27,6% van de oudere spelers in het Nederlandse voetbal uit de maanden augustus, september of oktober komt. Waarom?

Vroeger lag de peildatum op 1 augustus. En wat bleek? Uit onderzoek van sportpsychologen Jurjen Holsheimer en Ad Dudink kwam naar voren dat destijds de meeste profvoetballers jarig waren in de maanden augustus, september en oktober. Nadat de grens vanaf het seizoen 1999/2000 naar 1 januari verschoof, maken de voetballertjes die net in het nieuwe jaar geboren zijn dus meer kans dan de ‘zomervoetballertjes’, iets wat ook op gaat voor het Nederlandse voetbal.
“Trainers zetten de oudste spelers, degene die dus fysiek het verste zijn, meestal achterin.”
Hoewel er dus duidelijk geboortemaandeffect optreedt bij spelers uit of na 1991, geldt dit niet voor alle posities. Zo zijn bijvoorbeeld de drie productiefste maanden van doelmannen respectievelijk maart (16,7%), juni (13,64%) en april (12,12%), terwijl de meeste aanvallers uit januari (16,3%), april (10,7%) en november (10,1%) komen.
Bij de verdedigers ligt dit anders. Van alle defensieve krachten in de eredivisie komt 15% uit januari, terwijl februari (13,9%) en april (12,3%) de top-drie completeren. Het lijkt er dus op dat de Nederlandse verdedigers vooral de voetballers zijn die op 7-jarige leeftijd fysiek verder waren dan de leeftijdsgenootjes uit latere maanden. Zou het een verklaring kunnen zijn voor het defensieve niveau van de eredivisie?

Oplossing
Volgens Steve Lawrence, consultant voor Cruyff Football en Ajax, is het geen toeval dat het effect bij verdedigers groter is. “Trainers zetten de oudste spelers, degene die dus fysiek het verste zijn, meestal achterin”, reageert Lawrence. “De spelers die wél iets kunnen met de bal, mogen dan de andere posities bekleden. Sommige spelers zitten enkele jaren later dan ook in het eerste elftal, wat het relatief hoge percentage kan verklaren.”
Het geboortemaandeffect lijkt een structureel probleem in het internationale voetbal; er gaat veel talent verloren. Echter, volgens Lawrence is dit relatief makkelijk op de lossen. “Ik denk dat het de beste oplossing is om een gemiddelde leeftijd in een team te introduceren. Daarmee voorkom je dat een team alleen maar bestaat uit spelers uit januari en dat ongeveer de helft uit latere geboortemaanden komt.”
Een andere oplossing zou volgens hem kunnen zijn om de peildatum jaarlijks drie maanden te verplaatsen. Op het moment ligt deze op 1 januari, wat dus inhoudt dat hij volgend jaar op 1 april komt te liggen en het jaar daarop op 1 augustus. “Deze methode heeft echter niet de elegantie die de ‘average team age’-regel wél heeft.”